Afbeeldling: schilderij van Geert Schreuder

Op 26 september 1665, dit jaar 350 jaar geleden, kreeg Jipsinghuizen een plaats in de vaderlandse geschiedenis. Op die plek werden de troepen van de Munsterse prinsbisschop Christoph Bernhard von Galen tegengehouden en verjaagd. Enkele dagen eerder verscheen het Munsterse leger voor Bourtange. Via twee provisorische veenbruggen trok het leger door het Bourtanger Moor. In Westerwolde ontstond grote paniek. De bevolking sloeg massaal op de vlucht.

De noordelijk flank van het Munsterse leger trok vanaf Walchum door het moeras via de Hasseberg naar Sellingen, dat het op 20 september innam. Deze voorhoede van ongeveer 1.800 soldaten trok door naar Jipsinghuizen waar het kampement opsloeg. Het wachten was op de achterhoede van enkele duizenden soldaten die met zwaarder materieel zou volgen. In Jipsinghuizen vestigde de legerleiding zich volgens overlevering op erve Pollingh, terwijl het leger zich op de hogere esgronden (o.a. de Breiskaamp) installeerde.

Vanuit het gealarmeerde Groningen werden in allerijl de gardetroepen van Groningen en Ommelanden onder leiding van kapitein Rembt ten Ham via Winschoten naar Westerwolde gestuurd. In de ochtend van 26 september, na de legendarische overrompeling van de Munsterse schildwacht op de nabijgelegen Spinberg door Meerten Willems, stootten de Staatse troepen bij verrassing op het Munsterse leger bij Jipsinghuizen. Een ‘hart gevecht’ (Lieuwe van Aitzema, 1668) en ongeveer 300 Munstersen lieten het leven. De rest van het leger vluchtte terug naar Walchum via de veenbrug, die in de dagen daarna door luitenant Willem Nierop en zijn manschappen werd vernietigd.

Met de Slag bij Jipsinghuizen werd de Munsterse invasie in eerste instantie afgeslagen, maar niet gestopt. Via de kop van Overijssel, Drenthe en het Oldambt werd Westerwolde alsnog ingenomen, maar de oorlog zou voor de bisschop slecht aflopen. Staatse troepen onder leiding van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen wisten het ingesloten Munsterse leger uiteindelijk uit Westerwolde te verdrijven. De Slag bij Jipsinghuizen bleek een slecht voorteken voor de bisschop: op 18 april 1666 moest hij de Vrede van Kleef ondertekenen.