Hier vind je een overzicht van onze meest recente beleidsstukken sinds 1 januari 2017, het moment van de verzelfstandiging van het museum. Eerdere stukken vind je onder de vlag van de Gemeente Bellingwedde. Wil je alleen een samenvatting van het beleid lezen, scroll dan naar beneden. Benieuwd naar onze organisatie, klik hier.

Meerjarenbeleidsplan 2014-2017

Jaarverslag 2016, het MOW in 2016 in woord en beeld.

Samenvatting beleid 2014 -2017 

Lange termijnbeleid en missie

MOW | Museum de Oude Wolden is al sinds 1973 een museum en richt zich van oudsher op het streekverleden, historische en actuele kunst. Het jaar 2010 bracht een belangrijk ijkpunt voor het museum. De Gemeenteraad van Bellingwedde ondersteunde een nieuwe museale koers, die voor 15 jaar richtinggevend zou zijn. Doel van de koerswijziging was om de mogelijkheden van MOW voor het culturele aanbod van de regio optimaal te benutten, om bezoekers van dichtbij en van verder weg te trekken. Hierbij stond een stevige educatieve functie voorop. Door deze impuls kon het museum een nodige en enorme stap vooruit maken. Het museum werd in de woorden van het raadsbesluit toekomstbestendig.

MOW kon zo de doelstellingen aanscherpen, nieuwe accenten plaatsen en een hoger ambitieniveau nastreven, zowel wat activiteit als kwaliteit betreft. De missie van het museum ging als volgt luiden:

MOW vertelt geschiedenis, heden en toekomst van de eigen streek. Het museum wil het regiocentrum voor beeldende kunst zijn. Het heeft een spilfunctie op het gebied van cultuur- en erfgoededucatie. MOW zet de regio samen met partners cultureel op de (inter)nationale kaart (museumbeleidsplan 2009-2012).

Sinds 2010 werkt het museum aan de nieuwe museumkoers en de verwerkelijking van deze missie. De organisatie breidde uit met een directeur, er kwam een totaal vernieuwd museumpand en ook op tal van andere terreinen timmerde het museum hard aan de weg. Daarmee groeide het bereik van het museum op verschillende terreinen. Zo verdubbelden binnen enkele jaren de bezoekersaantallen. De komende beleidsperiode (2013-2017) betekent een verdere uitvoering en versnelling van de in 2010 ingezette lange termijn koers.

Museale opdrachten

MOW werkt aan zijn rol als publieksmuseum, met sterke wortels in de omgeving, met aandacht voor kunst, streekgeschiedenis en de eigen streekidentiteit.

Het museum wil meer zijn dan een gebouw of een collectie maar juist een actieve culturele speler. MOW vertelt steeds nieuwe verhalen, gaat de interactie met de (bredere) omgeving aan en is een motor voor culturele educatie en gebeurtenissen, alles vanuit de eigen identiteit.

Die identiteit staat niet vast op een enkel onderdeel van de collectie of de verschillende opdrachten van het museum. De in meer dan dertig jaar opgebouwde collectie is breed en divers, zowel cultuurhistorisch als artistiek. Zaken in collectie lopen van Gronings textiel tot historisch huisraad, van magisch tot ruw realisme, van lyrisch abstracte werken tot de BKR verscheidenheid en van Koninklijke portretten tot omkeerklompen. De museale opdrachten zijn al even divers. MOW wil:

  • regiocentrum voor de beleving van kunst zijn (inclusief interessante werken en exposities naar het eigen verzorgingsgebied halen)

  • het streekverleden maar ook de moderne streekidentiteit verbeelden (en in het laatste geval misschien versterken)

  • cultureel erfgoed uit de eigen streek beschermen, toegankelijk maken en tonen, voor een deel de eigen collectie

  • een kernrol spelen in cultuur- en erfgoededucatie in de directe regio

  • een ontmoetingsplek en platform voor culturele gebeurtenissen zijn, dit laatste vooral voor mensen van dichterbij

  • het artistieke veld in de regio ondersteunen en promoten

  • bezoekers aantrekken van binnen en buiten de regio en de regio samen met partners cultureel op de (inter)nationale kaart zetten

               

Programma: expositiespoor

Om al deze verschillende kanten aan bod te kunnen laten komen, kiest MOW voor een opeenvolgende programmering. Het museum laat zijn verschillende inhoudelijke kanten niet tegelijkertijd zien. Het zet zichzelf niet op slot in een vast eendimensionaal programma en laat zich ook niet verloren gaan in een voor elk wat wils opdeling van het museum. MOW kiest voor een grote, centrale wisselexpositie, met steeds weer een ander thema, verhaal of verbeelding. Op deze manier kan MOW ruimte, mankracht en middelen concentreren en een aanbod van kwaliteit en omvang realiseren.

Zowel artistieke als (streek)historische thema’s komen hierbij aan bod, alsmede combinaties van beide. Naast de centrale wisselexpositie kent het museum een vaste presentatie van werk van fijnschilder en magisch realist Lodewijk Bruckman. Verder exposeert elke maand een andere kunstenaar uit de regio, onder de noemer 24K. Dit is een expositiecyclus die elke twee jaar een hoogtepunt bereikt in een grote overzichtsexpositie van de voorgaande exposanten: 24K XL.

In het verlengde van een aansprekend expositieprogramma ontwikkelt het museum educatieve en culturele activiteiten, als een speciaal aanbod voor speciale doelgroepen (bijvoorbeeld scholieren) en om bezoekers steeds wat nieuws te bieden (culturele gebeurtenissen en ontmoetingsplek). Dit zal eveneens de publieke aandacht voor de langer lopende exposities vasthouden.

Het museum is zo vanuit zichzelf dynamisch. Het zal verschillende doelgroepen op verschillende momenten trekken en dezelfde bezoekers waarschijnlijk vaker. Het museum wordt interessant voor doelgroepen van verder weg, want de expositie is de moeite waard om speciaal naar toe te reizen. Voor mensen van dichterbij is het museum steeds weer een nieuwe beleving én een ontmoetingsplek.

De programmakeuzes vloeien voort uit de identiteit, collectie en museale opdrachten van MOW. Het museum is niet enkel een gebouw of een lege ruimte voor steeds weer een nieuwe invulling, noch is het een op verkoop gerichte galerie. MOW is een culturele speler die er voor kiest om zijn eigen identiteit, zijn eigen inhoud in steeds nieuwe manieren vorm te geven. MOW is programmeur van museale belevenissen en een regisseur van culturele gebeurtenissen. Inhoudelijk bewandelt MOW hierbij drie gelijke hoofdwegen: kunst, geschiedenis en streek.

Educatief spoor

De educatieve functie van MOW gaat verder dan het bieden van een les- en workshop-programma in het verlengde van lopende exposities. Samen met partners ontwikkelt het museum onderwijsprojecten rond museale thema’s als kennis van het eigen verleden, creatieve verbeelding en zo voort, die ook los kunnen staan van een specifieke tentoonstelling of een rondleiding binnen de muren van het museumpand. Dit past ook bij de nieuwe rol van het museum als culturele speler.

Historisch spoor

De rol van MOW op het gebied van streekhistorie krijgt niet alleen vorm in exposities en activiteiten. Hier bovenop heeft het museum een belangrijke rol als informatie bieder. Dit historische spoor krijgt in eerste instantie vorm in de (virtuele) toegankelijkheid van de collectie en vervolgens in educatieve projecten, aansluiting bij erfgoedpodia en samenwerking met hier relevante organisaties, zowel lokaal als provinciaal. Bescherming en behoud van (streek historisch) waardevolle objecten is hier een wezenlijk onderdeel van.

Concreet

Om zijn doelen te bereiken zet MOW concreet in op:

  • het elk jaar organiseren van 3-4 grote, aansprekende wisselexposities, waarbij kunst, geschiedenis en streek allen en vaak in samenhang aan bod komen

  • het ontwikkelen van educatieve activiteiten, voor alle leeftijden in samenwerking met diverse partners in de regio, zowel binnen als buiten het museumpand

  • het toegankelijk maken van de collectie voor het publiek, met aandacht voor het beschermen van (historisch) waardevolle objecten.

  • het organiseren van een boeiend evenementen programma, vaak in het verlengde van lopende exposities (culturele ontmoetingsplek voor mensen uit de regio)

  • het organiseren van expositiemogelijkheden voor regionale kunstenaars

  • het blijven ontwikkelen en promoten van de (opstelling van) werken van Lodewijk Bruckman.

De komende periode zijn verder belangrijk:

  • gezamenlijk optrekken met partners in de regio en daarbuiten op het gebied van programma, publiciteit, (educatieve) projecten en toeristisch aanbod

  • het versterken van de publiciteit en communicatie van het museum (merkopbouw, vergroten bereik)        

  • het opbouwen van een goede horecafunctie en museumwinkel als elementen in het vergroten van de aantrekkingskracht van het museum

  • het verder inrichten van het museum en het buitenterrein naar aanleiding van de verbouwing

  • het realiseren van een goede publieksrouting in, rond en naar het museum toe

  • het verder vormgeven van een klein maar fijn toeristisch informatiepunt (Touristinfo Westerwolde)

Randvoorwaarden

De belangrijkste randvoorwaarden voor de realisering van het voorgestelde beleid zijn:

Een fasering van de uitvoering. Het ontwikkelen van randvoorwaarden zal voldoende tijd moeten krijgen, om de veranderingen kwalitatief en houdbaar te maken.

De professionalisering van de organisatie. Dit betekent het ontwikkelen van heldere en kwalitatieve werkprocessen, waar zowel professionele als vrijwillige krachten mee uit de voeten kunnen. Een professioneel opererende organisatie heeft een grotere slagkracht en een sterkere, wederkerige relatie met (mogelijke) partners van het museum.

Het versterken van het museum als vrijwilligersorganisatie: een professioneel kader maakt vrijwillige inzet houdbaar. Het bundelt individuele talenten en museale behoeften, waardoor niet alleen vrijwillige inzet effectiever wordt maar individuele mensen ook beter tot hun recht komen.

Het maken van ontwikkel- en projectplannen. Voor veel zaken is verdere detailplanning gewenst, waaronder organisatieontwikkeling, een lange termijn educatieplan, individuele plannen voor exposities en evenementen en speciale projecten op cultuurhistorisch gebied. Op zichzelf is dit weer een vereiste voor het verkrijgen van additionele gelden.

Het budget voor programma, educatie, publiciteit en projecten, waaronder de ontsluiting van de collectie is met het nieuwe beleid in 2010 niet toegenomen. Het verkrijgen van additionele gelden (werving fondsen en sponsoren) is noodzakelijk voor het ontwikkelen van verdergaande expositie-, educatie- en evenement- en projectplannen. Hier ligt een belangrijke taak voor de stichting.